Voor de feiten en het procesverloop verwijst de Hoge Raad verwijst naar zijn tussenarrest van 4 april 2008, LJN BC8630. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het beroep van verweerster in cassatie Chellomedia niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens is de zaak voor partijen nader toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van eiseres tot cassatie Buma heeft bij brief van 3 april 2009 op die conclusie gereageerd. Kort samengevat komt het geschil tussen partijen neer op het volgende.
Partijen zijn het erover eens dat de decodering en doorgifte van het (opnieuw gecodeerde) programmasignaal aan het geabonneerde kijkerspubliek door de kabelexploitanten en DTH-platforms die het programmasignaal van Chellomedia afnemen, te kwalificeren zijn als een openbaarmaking waarvoor een auteursrechtelijke vergoeding verschuldigd is, welke vergoeding volgens Buma ook daadwerkelijk aan haar wordt voldaan. Oneens zijn partijen het over het antwoord op de vraag of, zoals Buma aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, het hiervoor omschreven uplinken en downlinken in gecodeerde vorm van de Chellomedia-programmasignalen naar de exploitanten van kabelkopstations en DTH-platforms (en het in staat stellen van deze exploitanten om deze signalen te decoderen) valt aan te merken als een (afzonderlijke) openbaarmaking als bedoeld in artikel 12 Auteurswet van de in deze programma's geïncorporeerde auteursrechtelijk beschermde werken uit het Buma-repertoire. Het hof heeft deze vraag, evenals de rechtbank, in ontkennende zin
De HR belist dat Chellomedia met het door haar hiervoor bedoelde handelen werken uit het Buma-repertoire openbaar als bedoeld in artikel 12 Auteurswet niet openbaar maakt, anders gezegd het begrip "openbaarmaking" in voornoemde bepaling omvat niet de handelingen als de onderhavige van Chellomedia en de de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep
Voor de feiten en het procesverloop verwijst de Hoge Raad verwijst naar zijn tussenarrest van 4 april 2008, LJN BC8630. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het beroep van verweerster in cassatie Chellomedia niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens is de zaak voor partijen nader toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van eiseres tot cassatie Buma heeft bij brief van 3 april 2009 op die conclusie gereageerd. Kort samengevat komt het geschil tussen partijen neer op het volgende.
Partijen zijn het erover eens dat de decodering en doorgifte van het (opnieuw gecodeerde) programmasignaal aan het geabonneerde kijkerspubliek door de kabelexploitanten en DTH-platforms die het programmasignaal van Chellomedia afnemen, te kwalificeren zijn als een openbaarmaking waarvoor een auteursrechtelijke vergoeding verschuldigd is, welke vergoeding volgens Buma ook daadwerkelijk aan haar wordt voldaan. Oneens zijn partijen het over het antwoord op de vraag of, zoals Buma aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, het hiervoor omschreven uplinken en downlinken in gecodeerde vorm van de Chellomedia-programmasignalen naar de exploitanten van kabelkopstations en DTH-platforms (en het in staat stellen van deze exploitanten om deze signalen te decoderen) valt aan te merken als een (afzonderlijke) openbaarmaking als bedoeld in artikel 12 Auteurswet van de in deze programma's geïncorporeerde auteursrechtelijk beschermde werken uit het Buma-repertoire. Het hof heeft deze vraag, evenals de rechtbank, in ontkennende zin
De HR belist dat Chellomedia met het door haar hiervoor bedoelde handelen werken uit het Buma-repertoire openbaar als bedoeld in artikel 12 Auteurswet niet openbaar maakt, anders gezegd het begrip "openbaarmaking" in voornoemde bepaling omvat niet de handelingen als de onderhavige van Chellomedia en de de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep